15-09-06

Moeten wij bang zijn voor de Islam?

25 februari 2006

- Bang voor de islam - Religie: Moeten we bang zijn voor de Islam?

Dreigende taal en geweld van moslims tasten de gemoedsrust van westerling aan

Moslims werken ons steeds meer op de zenuwen. Angst voor terreur is onvermijdelijk. Toch is een krachtige westerse beschaving in staat de islamitische uitdaging het hoofd te bieden en moslims te temmen.

Veel Nederlandse televisiekijkers zullen de afgelopen weken ongetwijfeld enige malen een lichte huivering hebben gevoeld. Bijvoorbeeld toen zij de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad hoorden oproepen tot de strijd tegen de westerse satans, terwijl hij tussen neus en lippen door de holocaust naar het rijk der fabelen verwees. Of toen zij zagen hoe wereldwijd vlaggen werden verbrand en westerse ambassades werden belaagd omdat een Deense krant spotprenten van de profeet Mohammed had durven afdrukken. Of toen een Haagse imam in beeld verscheen die met woest draaiende ogen in agressief klinkend Arabisch de traditionele westerse vrijheden onder vuur nam.

Het zijn angstaanjagende beelden. De gemoedsrust van westerlingen neemt ook niet toe door het vernemen van berichten over de aanhoudende groei van het aantal moslims –zowel wereldwijd als in Europese landen –, over mogelijke kernwapens van een militant islamitisch land als Iran en over de macht van islamitische regimes over de oliekraan. In Nederland luiden intellectuelen die de islamitische dwingelandij aan den lijve hebben ervaren, het hardst de noodklok. De uit Iran afkomstige jurist en dichter Afshin Ellian bijvoorbeeld en de Somalische Ayaan Hirsi Ali. Zij waarschuwen dat als Nederlanders niet heel goed opletten, zij binnenkort wakker worden in een theocratie.

Door al dat verontrustende nieuws ontstaat allicht het angstige gevoel dat moslims bezig zijn de macht te grijpen. Op straat hoor je het Marokkaanse kereltjes – overigens doorgaans niet het prototype van islamitische vroomheid – weleens vol bravoure zeggen: 'Wacht maar tot we aan de macht zijn.’ Dreigende taal, die aardig op de zenuwen kan werken. Maar hoe reëel is deze dreiging eigenlijk? Moeten we bang zijn voor moslims? Een genuanceerd antwoord op deze vraag vergt een overzicht van aangename en onaangename kanten van de islam. Laten we beginnen met de minder positieve trekjes. Eerst het zuur, dan het zoet.

Totalitair
De islam is, in zijn zuivere, extreme vorm, een totalitair geloof. Dat wil zeggen dat het de wijsheid in pacht meent te hebben op alle terreinen des levens, of het nu gaat om kleding, seks, de verdeling van erfenissen of de inrichting van de samenleving. De islam is ook een volmaakt geloof, althans volgens de enthousiaste aanhangers. Het gaat om door Allah geopenbaarde waarheden, verkondigd door een goddelijke profeet en vastgelegd in een onfeilbaar boek. De bijzondere status van Mohammed en de Koran maakt moslims allergisch voor kritiek. Bijna elke aanmerking, elke kanttekening, elke grap, elke afbeelding wordt als heiligschennis ervaren.

De Koran noemt zichzelf een 'richtsnoer voor de godvrezenden’. Dit richtsnoer verhoudt zich moeizaam tot de beginselen die genoemd staan in de, in 1948 door de Verenigde Naties opgestelde, Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Zo zijn vrouwen volgens de heilige schrift van de moslims tweederangswezens die hun man moeten dienen en gehoorzamen. Moreel, mentaal en fysiek zijn zij de mindere. Homoseksualiteit noemt de Koran een gruweldaad, terwijl joden worden omschreven als 'apen, zwijnen en duivelsdienaren’.

Volgens de Koran deugt iemand in feite alleen als hij het ware geloof omhelst. Het boek propageert een sterk 'wij-zij denken’, zoals dat tegenwoordig heet, een tegenstelling tussen de trouwe volgelingen van Allah en van de profeet en de rest, de aanbidders van valse goden en ongelovigen. De laatste groep worden hel en verdoemenis in het vooruitzicht gesteld: 'Gewis, degenen die Onze tekenen verwerpen zullen Wij weldra het Vuur doen binnengaan. Wij zullen hen telkens wanneer hun huiden zijn verbrand, andere huiden ervoor in de plaats geven, opdat zij de straf ten volle zullen ondergaan. Waarlijk, Allah is Almachtig, Alwijs.’

De persoon van de profeet verschilt sterk van die van Jezus Christus. Mohammed (ongeveer 570-632) is niet de zachtmoedige geestelijk leider die oproept de andere wang toe te keren als de ene wang een klap heeft opgevangen en zelf zijn leven geeft aan het kruis. Nee, Mohammed is de krijger die in vele veldslagen met het zwaard een imperium opbouwt. Zijn moraal is de moraal van het slagveld.

Anders dan in het christendom zijn er in de islam nauwelijks gelovigen die een zekere distantie tot de heilige schrift kunnen opbrengen. De meerderheid van christelijke schriftgeleerden meent inmiddels dat niet alle bijbelteksten letterlijk dienen te worden genomen en beseft dat de evolutietheorie van Charles Darwin meer wetenschappelijke waarde heeft dan het scheppingsverhaal uit Genesis. In de islam is het inzicht nog lang niet zo ver voortgeschreden. Met onorthodoxe islamitische geleerden die de Koran meer als waardevolle inspiratiebron dan als een goddelijke instructie voor het dagelijks leven wensen te beschouwen, loopt het in de regel slecht af.

Dictaturen
Een blik op schattingen van het aantal moslims in de wereld leert al snel één ding: het zijn er erg veel. Volgens de cijfers gaat het om een kleine 1,2 miljard gelovigen. Dit aantal groeit relatief snel, sneller dan de wereldbevolking en sneller dan het aantal aanhangers van de andere grote wereldgodsdiensten. In Afrikaanse landen verliest het christendom bijvoorbeeld duidelijk terrein.

Met een mooie westerse uitvinding als de democratie hebben moslims weinig ervaring. Zij tonen een voorkeur voor dictaturen. De tirannie wordt doorgaans religieus gelegitimeerd. De radicale, fundamentalistische islam streeft naar een theocratie, een heerschappij van Allah, en verwerpt principieel de scheiding van kerk en staat. Islam betekent 'onderwerping’, het geloof draait om absolute gehoorzaamheid aan God. Geestelijk leiders spelen dan ook een grote politieke rol. De beste kans op democratie in islamitische landen bestaat vooralsnog als eigen militairen (Turkije) of Amerikanen (Irak) de theocratische ambities dwarsbomen.

De economische prestaties van islamitische landen houden niet over. Zij zijn slecht ontwikkeld, wat samenhangt met religieuze eigenaardigheden zoals het verbod op rente. Toch zijn het vaak rijke landen, omdat ze de beschikking hebben over grote hoeveelheden olie. Door de afhankelijkheid van het Westen van deze natuurlijke hulpbron hebben islamitische landen een geopolitieke macht verworven die ver uitstijgt boven hun economische en militaire potentieel.

Westerse landen merken ook op andere manieren de invloed van islamitische landen. Bijvoorbeeld omdat Arabische oliebaronnen met fundamentalistische opvattingen moskeeën in het Westen ondersteunen en islamitische regimes imams laten overvliegen die geëmigreerde moslims de orthodoxe leer opdringen.

De botsing van de islam met het Westen wordt wel vergeleken met de Koude Oorlog, toen het Oostblok tegenover West-Europa en de Verenigde Staten stond. Maar er zijn belangrijke verschillen. Zo bestonden in West-Europa tijdens de Koude Oorlog communistische partijen, maar die oefenden vrij weinig invloed uit en distantieerden zich in de loop der tijd ook steeds meer van Moskou. Tegenwoordig telt Nederland een kleine miljoen moslims, die vaak een sterkere band voelen met hun geloof dan met het land waar ze wonen. Hun loyaliteit ligt niet vanzelfsprekend bij de westerse samenleving. Pessimistische types zien deze moslims al opereren als een soort vijfde colonne, dat wil zeggen als aanhangers van een vijandelijke macht.

Hoe het ook zij, er is zeker een islamitische tegencultuur ontstaan die het leven voor menig autochtoon onaangenamer maakt. Vooral in de grote stad vinden homofiele leraren het steeds lastiger om voor hun seksuele voorkeur uit te komen, worden joden belaagd en krijgen vrouwen regelmatig het scheldwoord 'hoer’ naar hun hoofd geslingerd. Gezien de groei van het aantal moslims in de Randstad zal deze tegencultuur voorlopig alleen maar aan kracht winnen.

Een samenzwering van progressieve intellectuelen en 'islamologen’ heeft ertoe bijgedragen dat deze zorgelijke ontwikkeling lang onderbelicht bleef. Zij legden onvermoeibaar uit dat de naam islam afstamt van het Arabische woord voor 'vrede’ en dat 'jihad’ geen 'heilige oorlog’ betekent, maar 'je best doen voor een ander’. Elke kritiek op de islam zou getuigen van vooringenomenheid en onwetendheid. Zo kon het gebeuren dat feministen lange tijd de ogen sloten voor de achterstelling van vrouwen in islamitische kring. Eigenlijk pas toen de cineast Theo van Gogh op rituele wijze was afgeslacht door een islamitische fanaticus, schrok heel Nederland wakker. Het imago van de moslims als zielige, onschuldige slachtoffers, een imago dat bewust was gecreëerd en zorgvuldig gecultiveerd door islamofielen en de betrokkenen zelf, bestaat nu zowat alleen nog maar bij de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks.

Het opsommen van de onaantrekkelijke kanten van de – fundamentalistische – islam doet een schrikbarend beeld oprijzen: een strijdlustige, rap groeiende godsdienst, die de beginselen van de westerse beschaving expliciet verwerpt en geen middel schuwt om die beschaving te ondermijnen. Gelukkig zijn er factoren die de dreiging wat minder ernstig maken. Allereerst is er de grote verdeeldheid onder moslims. De islam herbergt een flink aantal stromingen, van verlicht tot fundamentalistisch. Sommige groeperingen, zoals de soennieten en sjiieten, bestrijden elkaar te vuur en te zwaard. Door deze verdeeldheid is er internationaal nooit een sterk islamitisch blok ontstaan. Tot opluchting van de joodse inwoners van de staat Israël die anders wellicht al lang de zee in waren gedreven.

De verdeeldheid doet zich ook voor in Nederland. Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Indonesische moslims leven grotendeels in gescheiden werelden. Een Surinaamse moslim heeft minder te maken met groepsdrang dan een geloofsgenoot uit Turkije; een oudere moslim uit Jakarta die nog herinneringen bewaart aan het Nederlandse bewind in zijn vaderland, heeft een andere kijk op de wereld dan een Marokkaan uit het Rifgebergte. Sowieso zijn er aanzienlijke verschillen tussen stedelingen en mensen van het platteland. De aanpassingsproblemen van veel immigranten hebben niet alleen te maken met het geloof, maar ook met het feit dat ze uit primitieve gebieden afkomstig zijn. De verschillen in afkomst maken de vorming van een homogene islamitische 'zuil’ in elk geval praktisch onmogelijk. Er is een lappendeken van clubjes en instellingen die, tot verwarring van de Nederlandse overheid, niet in een hiërarchisch verband zijn verenigd.

De verdeeldheid tast de slagkracht van moslims aan. Die slagkracht op het wereldtoneel is toch al niet meer zo groot als vroeger. Toen de Europeanen de duistere Middeleeuwen meemaakten, beleefden de Arabieren een glorieperiode. Zij bouwden aan een machtig rijk, waar handel, nijverheid, landbouw en wetenschap bloeiden. Maar er is iets misgegaan. West-Europa en Noord-Amerika hebben geprofiteerd van de opmars van het kapitalisme, de parlementaire democratie en het Verlichtingsdenken. Moslims moesten weinig van deze zaken hebben. Dat is de voornaamste oorzaak van hun neergang. Zelf tonen ze overigens niet zo de neiging de oorzaak van de verloren race met andere culturen bij zichzelf te zoeken. Zij wijzen het liefst met een beschuldigende vinger naar de boze buitenwereld.

Dictaturen compenseren een gebrek aan sociaal-economisch elan graag met militair prestige. Maar zelfs in dit opzicht maken de islamitische landen geen verpletterende indruk. Het gevreesde leger van de Iraakse dictator Saddam Hoessein werd bijvoorbeeld in een paar dagen opgerold door de Amerikanen. Amerikanen die zorgden voor een van de meest bijzondere en ontroerende gebeurtenissen uit het recente verleden: het zo lang geknechte Iraakse volk mocht naar de stembus om in vrijheid een politieke keus te maken.

Polderislam
Tijdens de ophef rond de cartoons in Jyllands-Posten bleef het in Nederland tamelijk rustig. Er werd een vlag verbrand in Limburg en een handjevol verontwaardigde Marokkanen toog naar de Dam, dat was het wel zo ongeveer. Over de reden voor deze kalmte valt alleen te speculeren. Het kan zijn dat boze moslims demonstreren zonde van hun tijd vinden en zich al vol walging van de maatschappij hebben afgekeerd. Maar het kan ook zijn dat veel moslims zich enigszins, of zelfs grotendeels, hebben aangepast aan Nederlandse normen en waarden en kiezen voor een gematigde vorm van de islam.

Er zijn aanwijzingen dat zich inderdaad, mede onder invloed van de secularisatie, een soort polderislam ontwikkelt. Zo valt in het rapport Moslim in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) te lezen dat 5 procent van de Turken en 3 procent van de Marokkanen zich inmiddels als niet-religieus beschouwt. Het bezoek aan de moskee neemt af. In 1998 zag 44 procent van de Turken en 43 procent van de Marokkanen de moskee wekelijks van binnen. In 2002 was dat respectievelijk 35 en 32 procent. Vooral jongeren en hogeropgeleiden gaan minder naar de moskee en komen dus steeds verder af te staan van de ouderwetse imam.

Het SCP concludeert dat de in Nederland woonachtige Turkse en Marokkaanse moslims – ook de tweede, hier geboren generatie – zich nog sterk identificeren met hun religie. Maar de secularisatie gaat allerminst aan ze voorbij. De jongeren tonen zich in de religieuze praktijk duidelijk minder orthodox dan de ouderen en zijn veel meer geneigd het geloof te zien als iets waaraan zij een eigen invulling geven. Het enthousiasme voor religieus fundamentalisme blijkt in de onderzochte groepen gering te zijn.

Een onderzoek onder Rotterdamse moslimjongeren, Islam in de multiculturele samenleving, onderbouwt eveneens de hoopvolle stelling dat het stereotype van de autoritaire 'islam van de vaders’ steeds minder blijkt te kloppen. De studie toont aan, in de wat moeizame formulering van de onderzoekers, dat 'een bredere sociale horizon en een grotere culturele openheid de beste voorspellers zijn van een meer individuele en liberale invulling van de islam door moslimjongeren’.

Er zijn meer positieve ontwikkelingen. In islamitische kringen ontstaat voorzichtig een discussie over homoseksualiteit en geloof en moslima’s beginnen aan een, ongetwijfeld langdurig, emancipatieproces. Verder doen moslims in westerse landen ervaring op met democratische procedures. In de Tweede Kamer opereren moslims die geen enkele affiniteit met theocratische idealen demonstreren. En Amsterdam kent in de PvdA’er Ahmed Aboutaleb een veelgeprezen, onafhankelijk denkende wethouder die zelfs toegeeft de Deense cartoons wel geestig te vinden. Hier zien we de contouren van een Europese islam die zich in zeer gunstige zin onderscheidt van het fundamentalisme in het Midden-Oosten.

De Nederlandse samenleving kan er uiteraard toe bijdragen dat Ali B. een belangrijker rolmodel wordt voor islamitische jongeren dan Mohammed B. Door moslims alle rechten te gunnen die andere groepen hebben bijvoorbeeld, door discriminatie tegen te gaan en door sociaal-economische integratie te bevorderen. En door beschaafde omgangsvormen. Ayaan Hirsi Ali heeft gelijk: een open maatschappij moet het recht verdedigen om te beledigen. Maar samenleven wordt wel makkelijker als van dit recht niet volop gebruik wordt gemaakt en burgers kiesheidshalve afzien van kwalificaties als 'geitenneukers’. Dit vergroot ook de kans dat moslims zich Nederlander voelen en zich distantiëren van radicale woorden en daden.

Angst is een improductieve emotie en een slechte raadgever. Het is verleidelijk met citaten te strooien als 'We hebben niets te vrezen behalve vrees zelf’, een opbeurende uitspraak die de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt ooit voor zijn rekening nam. Maar de meeste mensen die de Twin Towers in New York hebben zien instorten of metro’s in Londen hoorden exploderen, zullen hun angstige gevoelens met zulke wijsheden niet weten te onderdrukken. Net zomin als de met de dood bedreigde politici die dag en nacht worden bewaakt door bodyguards, dat zullen kunnen opbrengen. Het lot van Hirsi Ali en Geert Wilders is onduldbaar, maar het is een situatie die toch moet worden geduld zolang ongrijpbare godsdienstwaanzinnigen hun naasten menen te moeten vermoorden om Allah te plezieren.

Machtelozen
Op individueel niveau bestaat er dus onvermijdelijk angst. Dat is de funeste uitwerking van terreur, het laffe wapen van de machtelozen. Elk moment kan er weer een bom afgaan. Heden New York en Londen, morgen Amsterdam en Berlijn. Maar op het niveau van het collectief is er minder reden voor angst. Levens zijn verwoest, maar de maatschappij is niet ontwricht. De westerse samenleving is economisch, militair, wetenschappelijk, politiek en intellectueel superieur aan samenlevingen die worden gedomineerd door moslims. Frits Bolkestein was een van de eerste politici in Nederland die durfden te wijzen op de problemen rond een toenemende invloed van de islam. De VVD’er werd daarvoor verketterd door een elite die zichzelf als weldenkend beschouwde. Maar nu Bolkestein als onheilsprofeet alle gelijk van de wereld heeft gekregen, houdt hij het hoofd koel en wijst hij op de kracht van het Westen. In het interview 'Worstelen met God’ (Elsevier, 26 maart 2005) haalde hij herinneringen op aan een tv-uitzending tijdens de eerste Golfoorlog. 'Een Iraakse kolonel lag op zijn knieën en werd ondervraagd. De laatste vraag was: “What do you want?” Wat zegt die kolonel? “I want to go to America.” Komisch, nietwaar?’

Inderdaad, komisch en veelzeggend. Hoewel er uiteraard geen betrouwbare enquêtes zijn, ligt het voor de hand dat veel bewoners van het Midden-Oosten de vleespotten en de genotzucht van het Westen verkiezen boven het armoedige, puriteinse bestaan in eigen land. Migratiestromen wijzen in elk geval in die richting. De sociaal-economische en culturele aantrekkelijkheid van westerse samenlevingen is een grote kracht die kan worden benut om de moslims in eigen gelederen tevreden te stellen en te matigen. Op hogeropgeleide, welvarende burgers oefent de islam weinig aantrekkingskracht uit. Het is een geloof dat vooral werft onder de ontevredenen, het biedt de verworpenen der aarde troost en zekerheid. De islam, zo heeft de Britse filosoof Roger Scruton opgemerkt, rationaliseert en bekrachtigt de ballingschap van moslims. Het is in sterke mate een religie van ressentiment. Dat maakt het gevaarlijk, maar tegelijkertijd biedt de verspreiding van welvaart en vrijheid en kennis een mogelijkheid de islam te temmen.

Omdat wrok en rancune mede ten grondslag liggen aan de islamitische ergernis over het dominante Westen is het een illusie te menen dat concessies aan de vrije meningsuiting de verbroedering veel dichterbij brengen. Het was weinig verheffend om Europese leiders min of meer voor zelfcensuur te horen pleiten, teneinde de gemoederen een beetje te sussen na de rellen om de Deense cartoons. Die slappe houding werkt bovendien contraproductief. Ze laat zien dat aanslagen op ambassades en doodsbedreigingen effect sorteren en nodigt zo als het ware uit tot meer geestelijke en fysieke terreur. Als westerse politici iets niet moeten doen, is het extremisme tegemoet komen.

Een sterke westerse beschaving laat niet met zich sollen. Zij gunt moslims, uiteraard binnen de grenzen van de wet, alle mogelijkheden hun geloof te belijden en bestrijdt achterstelling. Maar zij ondermijnt niet haar eigen beginselen in een angstige reactie op islamitische razernij. Internationaal kan het Westen vertrouwen op zijn militaire, sociaal-economische, politieke en wetenschappelijke vermogen, in eigen regio op de verlichtende invloed van een seculiere consumptiemaatschappij die er tot dusver steeds in is geslaagd oppositiebewegingen in te kapselen en radicalen te matigen. Het Westen moet altijd op zijn hoede blijven, maar hoeft, als het zich verstandig en krachtig manifesteert, nergens bang voor te zijn.


Kaarten bij artikel:

MOSLIMS IN DE WERELD
Snelle groei van de islam

  • In 1900 was 12,3 procent van de wereldbevolking moslim (196.800.000). Nu, een eeuw later, is dat 20 procent (1,2 miljard)
  • Het aandeel van de christenen is in dezelfde periode gedaald van 32,2 naar 31,2 procent
  • Binnen 20 jaar telt de wereld meer moslims dan christenen

BRON: ELSEVIER

19:19 Gepost door MDP Naus in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.